Home > Das melden > Onderzoek gewonde en hulpbehoevende of dode dassen  
Deel deze pagina: 

Das melden

Onderzoek gewonde en hulpbehoevende of dode dassen

Steun ons:
Doneer Online
Vriendenloterij
Wordt gesteund door:
VriendenloterijStichting DierenLot

Heeft u een dode of gewonde das gevonden?
Meld deze zo spoedig mogelijk!

Noord-Brabant:
Dierenambulance Dassenwerkgroep Brabant
Telefoon: 06-48279968     
24 uur per dag, 7 dagen per week.
Noord-Limburg:
Dierenambulance Dassenwerkgroep Brabant
Telefoon: 06-48279968     
24 uur per dag, 7 dagen per week.

Gemeente Bergen
Telefoon: 0485-348383
Landelijk:
Politie
Telefoon: 0900-8844
(Voor groter wild zoals bv.: vos, das, ree, wild zwijn en hert)
Wat te doen met een dode of gewonde das?
Contactgegevens overige regionale dassengroepen

Wat gebeurt er met gewonde en hulpbehoevende of dode dassen?
Verweesd dasje

Gewonde en hulpbehoevende dassen

Das & Boom opvang en advies


Gewonde en hulpbehoevende dassen gaan, na een eventueel bezoek aan de dierenarts, naar het opvangcentrum van Das&Boom. Das&Boom is gespecialiseerd in het revalideren van gewonde dassen en het grootbrengen van verweesde dassen. Deze dieren worden daarna uitgezet op zorgvuldig uitgezochte locaties, volgens een strikt protocol en veelal in samenwerking met Staatsbosbeheer of Natuurmonumenten. Uitgangspunt bij het opvangen van hulpbehoevende dassen is, dat de dieren na een beperkte opvangperiode een goede kans maken zich in de natuur te kunnen redden.

Alle dassen die in het opvangcentrum van Das&Boom terechtkomen worden gechipt. Door de chip kan de das relatief gemakkelijk herkend worden tussen de overige slachtoffers en daardoor kan er waardevolle informatie worden verzameld.
Oude das met slecht gebit

Dode dassen

De dode das wordt opgehaald en eerst onderzocht door de Dassenwerkgroep.
Vermoedelijke doodsoorzaak, geslacht, gewicht, lengte, leeftijd, slijtage van het gebit, eventuele chip en de algemene toestand zoals littekens, conditie van de vacht en mate van aanwezigheid van parasieten zoals vlooien, teken en luizen worden geregistreerd.

Bij de zeugen (vrouwtjesdassen), wordt er in de periode april-juni ook vastgesteld of deze zogend zijn of niet. In het geval het een zogende moederdas betreft worden de jongen zo snel mogelijk gelokaliseerd en treedt er een reddingsplan in werking.
Snel ingrijpen kan er voor zorgen dat de jonge dasjes een ellendige hongerdood wordt bespaard.

De "verse" dassen, die nog geschikt zijn voor verder onderzoek, worden doorgestuurd naar het DWHC (Dutch Wildlife Health Centre) in Utrecht voor onderzoek naar dierziekten.

Als het vermoeden bestaat dat de das is gestorven door vervolging wordt de das doorgestuurd naar het Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad voor verder onderzoek.

Dode dassen mogen worden opgezet. Mocht de vinder/melder van een dode das deze willen laten opzetten, dan kan dat. De das wordt dan eventueel ter plekke door de Dassenwerkgroep onderzocht, waarna U de das mag meenemen. Als U de das al mee naar huis heeft genomen, hebben wij het verzoek om de das niet eerst in te vriezen omdat bij een stijf bevroren opgerolde das zelfs het bepalen van het geslacht lastig is. De das dient zo snel mogelijk onderzocht te worden. Daarna is invriezen mogelijk voordat de das naar de preparateur wordt vervoerd.

In het gebied "De Maasduinen" (gemeenten Boxmeer, Gennep en Bergen) gaat de informatie over de dode dassen naar Staatsbosbeheer t.b.v. een meerjarig onderzoek.
Deze informatie plus de informatie over de overige dode dassen in Noord-Brabant gaat naar de Landelijke centrale registratie van slachtoffers bij Das&Boom en het SAMF (Stichting Afhandeling en Monitoring Fauna-aanrijdingen).
Faculteit Diergeneeskunde

DWHC (Dutch Wildlife Health Centre)

Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht



Missie
De missie van het Dutch Wildlife Health Centre is het vermeerderen van de kennis over de gezondheid van wilde dieren en het bevorderen van een goed gebruik van deze kennis bij het beleid aangaande de volksgezondheid en de gezondheid van gedomesticeerde en in het wild levende dieren.

Taken
Uit de missie volgen onder meer de navolgende taken:
Pathologisch onderzoek: Als er zich buitengewone sterfte voordoet onder in het wild levende dieren, verricht het DWHC gedegen pathologisch onderzoek op één of meer van de aangetroffen kadavers om mogelijke doodsoorzaken vast te stellen. Zo nodig wordt specialistisch vervolgonderzoek (zogenaamd incidenten - onderzoek) uitgezet in het partnernetwerk.
Monitor- en surveillanceprogramma's: Het DWHC adviseert over het opzetten en coördineren van programma's om omvang en verloop van ziekten en infecties bij in het wild levende dieren te onderzoeken en volgen.
Onderzoeksprojecten: Het DWHC voert, in samenwerking met partners, onderzoeksprojecten uit die uit de voorgaande taken voortvloeien (vervolgonderzoek) en/of daar een meerwaarde aan geven.
Rapportage: Jaarlijks vindt rapportage plaats aan het Ministerie van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de status van ziekten bij wilde dieren.
Trainingen: Het DWHC geeft onderwijs aan studenten en trainingen aan zowel professionele als vrijwillige medewerkers van netwerkpartners over ziekte en gezondheid van wilde dieren en hoe daarmee om te gaan.

https://www.dwhc.nl/
Onderzoek dierziekten

Wageningen Bioveterinary Research (WBVR)

Wageningen UR Lelystad


Wageningen Bioveterinary Research (WBVR) in Lelystad draagt bij aan de bescherming van de dier- en volksgezondheid door advisering en onderzoek naar infectieziekten bij (landbouwhuis-)dieren.

Wageningen Bioveterinary Research is een onafhankelijk onderzoeksinstituut en het nationale referentie-instituut dat op veterinair gebied bijdraagt aan de bescherming van de dier- en volksgezondheid in Nederland.
Het werkterrein van Wageningen Bioveterinary Research strekt zich uit over de volle breedte van het terrein van de infectieuze ziekten (virussen, bacteriën, prionen en parasieten) bij alle landbouwhuisdieren, gezelschapsdieren, vissen en schelpdieren, en ook bij dieren in het wild. Verder richt het instituut zich op ziekteverwekkers bij dieren die een risico vormen voor de mens (zoönosen).

https://www.wur.nl/nl/Expertises-Dienstverlening/Onderzoeksinstituten/Bioveterinary-Research.htm
Aanleg dassenraster

De vindlocatie

Dassen gebruiken zelfgemaakte vaste paadjes (wissels) van de dassenburcht naar hun foerageergebied, waar ze op zoek gaan naar voedsel. Omdat vele leefgebieden en wissels worden doorsneden door wegen, en een das zich niet laat afschrikken door het verkeer leidt dit tot grote aantallen verkeersslachtoffers onder de dassen.   Meer informatie wildaanrijdingen.
In de avonduren kan overstekend wild bovendien ook wel eens voor schikreacties bij bestuurders zorgen die plotseling gaan uitwijken of remmen met alle (mogelijke) gevolgen van dien.
Bij een daadwerkelijke aanrijding met een das, die in de wintermaanden wel tot 17 kg kan wegen, kan de schade aan een personenauto ook nog eens oplopen tot enkele honderden euro's.

Niet alleen de dode das, maar ook de plek waar de das is gevonden wordt onderzocht en geregistreerd. Aan de hand van deze informatie kunnen Black Spots (knelpunten waar meerdere dassen zijn doodgereden) worden opgeheven door maatregelen te treffen, zoals bv. de aanleg van dassentunnels en dassenraster. Dit heeft een positief effect op de lokale dassenpopulatie en de verkeersveiligheid.

De aanwezigheid van verkeersslachtoffers is een goede indicatie voor de aanwezigheid van dassen in een gebied. De exacte plekken waar de dode dassen zijn gevonden worden dan ook gebruikt voor o.a. het monitoren van de dassenpopulatie en het lokaliseren van nog onbekende dassenburchten.
Op deze wijze worden de ontwikkelingen van de huidige dassenpopulatie op de voet gevolgd.
Verkeersbord

SAMF (Stichting Afhandeling en Monitoring Fauna-aanrijdingen)

Bij een aanrijding met een ree, wild zwijn, hert, das of vos:
Bel direct de politie 0900-8844
De Stichting Afhandeling & Monitoring Fauna-aanrijdingen heeft tot doel om in samenwerking met de politie en met behulp van deskundige lokale vrijwilligers (van o.a. FBE en de Dassenwerkgroep Brabant), snel en adequaat hulp te kunnen bieden bij een aanrijding met in het wild levende dieren.
De vrijwilligers handelen zorgvuldig en transparant, conform de huidige wetgeving.

Deze faunabeheerder gaat ter plaatse en zorgt voor het aangereden dier. Hij beoordeelt een eventueel nog levend dier en beslist dan of het dier nog goede levenskansen heeft. Hij beschikt over een speciale vergunning om het dier te mogen vervoeren, of wanneer er geen andere mogelijkheid bestaat, het dier (ook exemplaren van beschermde diersoorten als de das) uit het lijden te verlossen.
Wanneer er een aanrijding heeft plaats gevonden waarbij het dier levend, maar vermoedelijk flink gewond is weggevlucht, kan hij een speciaal daarvoor getrainde hond naar de plaats van de aanrijding laten komen. De hond kan gewonde dieren opsporen waarmee wordt voorkomen dat het dier lange tijd lijdt en alsnog een ellendige dood sterft.

Het werkgebied van de SAMF beslaat de gehele provincie Noord Brabant. Daarbij ontfermt zij zich over het gewonde of dode dier en zorgt voor het vastleggen van het incident in een registratie systeem. Het verzamelen van gegevens over verkeersslachtoffers van in het wild levende dieren heeft tot doel beter inzicht te verkrijgen in frequentie en plaats van de aanrijdingen. Daardoor kunnen preventieve maatregelen genomen worden en in de toekomst mogelijke aanrijdingen, slachtoffers en schade worden voorkomen.

https://www.fauna-aanrijding.nl/                https://twitter.com/wildaanrijding