Home > De das > Territorium  
Deel deze pagina: 

De Das

Territorium

Steun ons:
Doneer Online
Vriendenloterij
Wordt gesteund door:
VriendenloterijStichting DierenLot
Grootte   verdediging   aantal dassen   activiteiten   veranderingen   dassen in tuinen

Grootte

De das bekijkt, onbewust, altijd of iets voor hem wel rendabel is. De één noemt dit efficiënt, de ander gemakzuchtig. Dit geldt zeker voor zijn territorium. Hij verdedigt een territorium waarin hij het gehele jaar door voedsel kan vinden. De grootte hiervan varieert van 50 tot 150 hectare. In een gebied vol kleine bosjes, wallen, heggen, hoogstamfruit-boomgaarden, akkers, weilanden en poelen, zal een das in een kleiner gebied het hele jaar door voedsel kunnen vinden, dan in een groot productiebos met alleen hier en daar een akker. Een groter territorium is niet nodig en kost dan ook alleen maar onnodig veel energie.

Als regel kan gesteld worden:
"Hoe kleinschaliger en gevarieerder het landschap, hoe kleiner het territorium."

Verdediging

De dassen van een groep (clan genoemd) hebben allemaal dezelfde geur. Dit komt omdat ze elkaar regelmatig stempelen met het secreet uit de anaalklieren. De geur hiervan is bij elke das anders en door de menging hiervan ontstaat een groepseigen geur. Met behulp van deze geur kunnen de dassen precies herkennen of er een indringer is in hun territorium. Als een das 2 weken geen contact heeft met zijn clan is zijn geur zo veranderd dat hij niet meer wordt geaccepteerd.
Dassen die in het opvangcentrum zijn geweest, kunnen na hun herstel dus niet meer teruggeplaatst worden in hun eigen territorium, en er zal een ander locatie gezocht moeten worden. Deze locaties worden bij voorkeur gezocht in gebieden die afzonderlijke populaties met elkaar verbinden.
Alle dassen van een familie (clan) verdedigen gezamenlijk het territorium. Ze lopen regelmatig langs de grenzen waardoor er paden ontstaan (wissels). Op regelmatige afstanden zijn er latrines. Dit zijn plekken waar alle leden van een clan hun behoefte doen in zelf gegraven mestputjes. Dit zijn kleine ondiepe putjes van ongeveer 15 cm diep die na gebruik niet worden afgedekt. Deze latrines liggen op strategische plekken zoals op de burcht, bij foerageergebieden, bij kenmerken in het landschap zoals bosranden, heggen en houtwallen en natuurlijk bij de grenzen van het territorium. De grenzen van het territorium vinden ze het belangrijkst.
Bijna 70% van de latrines bevinden zich bij de territoriumgrenzen.
Mestputje
In de paartijd (februari) worden de grenzen door de dominante beer intensiever geïnspecteerd.
Ook de paden en latrines worden d.m.v. het secreet uit de anaalklieren gemarkeerd.
Dassen van buitenaf kunnen zo precies ruiken dat ze in een ander territorium komen en of het de moeite waard is om in te dringen. Als er toch nog indringers zijn zullen de dassen, zeker de mannetjes tijdens de paartijd, hun territorium fysiek verdedigen. Dit gaat bijzonder fel en kan fataal aflopen.

Aantal dassen

Het aantal dassen dat in een territorium leeft is afhankelijk van het voedselaanbod in dit gebied. Het voedsel van de das bestaat voor bijna 90% uit regenwormen, en de beschikbare hoeveelheid hiervan is dus een belangrijke factor.
Is het maximale aantal dassen dat genoeg voedsel kan vinden in dit gebied bereikt, dan zullen de jonge dassen in de herfst wegtrekken naar een ander territorium.
Zijn de omliggende territoria 'vol', dan worden de grenzen feller beschermd en moeten de dassen in hun eigen gebied blijven. Hierdoor ontstaat een tekort aan voedsel wat stress veroorzaakt. Deze stress zorgt er vervolgens voor dat er minder, tot geen, jongen geboren worden. Het ligt niet in de aard van de das om zich ongeremd voort te planten en tot een plaag te worden. Door de geboorten te regelen zorgen de dassen voor een stabiele dassenstand, in harmonie met het territorium

Het is niet mogelijk te spreken van een teveel aan dassen, of overschot, in een gebied. Helaas zijn er heden ten dage nog steeds mensen die deze uitspraken doen zonder enige feitelijke onderbouwing. Vaak gebaseerd op vooroordelen en veronderstellingen doordat ze een burcht hebben 'ontdekt', of een verkeersslachtoffer hebben gevonden op een, voor hen, onverwachte plek.

Een achteruitgang van de populatie is altijd te wijten aan een oorzaak van buiten;
verkeerssterfte, vervolging door mensen, ziektes of klimaatveranderingen. Het voedselaanbod kan veranderen door bv. een verandering in beheer van het gebied of droge/natte jaren. Plotselinge veranderingen kunnen resulteren in sterfte onder de jonge dasjes.
Bij grote droogte bijvoorbeeld, gaan regenwormen dieper onder de grond, buiten bereik van de das. Hierdoor zijn de zeugen (vrouwtjes) niet meer in staat genoeg melk te produceren. Hier komt bij dat de zeugen noodgedwongen in een groter gebied moeten foerageren. Hierdoor lopen ze nog meer kans slachtoffer te worden van het verkeer. De jongen zijn dan gedoemd te sterven.
Als een gebied geschikter wordt gemaakt voor dassen daarentegen kunnen de dassen meer jongen krijgen en stijgt de populatie geleidelijk.

Tijdens observaties op dassenburchten in Brabant in 2005 varieerde het aantal dassen dat werd geteld door de dassenwerkgroep, op een dassenburcht tussen de 1 en 10 dieren.

Als regel kan gesteld worden:
"Des te meer voedsel er te vinden is in een territorium, des te meer dassen kunnen er leven."

Activiteiten

Dassen in een klein territorium zullen bijna altijd de hoofdburcht het gehele jaar door bewonen. Het voedsel ligt, soms letterlijk, voor de deur. Deze hoofdburchten hebben de neiging relatief groot te worden omdat de dassen, die altijd wel te vinden zijn voor een beetje graafwerk, altijd aanwezig zijn. Bij een groter voedselaanbod zijn er zelfs meer 'helpende handen'. Dit wil niet zeggen dat er geen bijburchten zijn. Bijburchten zijn kleine burchten van maar enkele holen, die slechts af en toe bewoond worden. Dit kan zijn door het mannetje, in de tijd dat het vrouwtje jongen heeft, en hij het druk heeft met het bewaken van het territorium, maar ook als er seizoensgebonden voedselaanbod is. Bv. als het maïs in de langs gelegen akker rijp is. Er zijn zelfs dassen die 'voor het gemak' burchten graven in maïsakkers. Ook zijn er altijd wel een paar vluchtpijpen waar de dassen zich in kunnen terugtrekken in geval van nood.
Dassen in een groot territorium zijn iets minder honkvast. Er zijn vaak meerdere burchten in het territorium en de bewoning is vaak afhankelijk van het voedselaanbod op dat moment. De dassen gaan simpelweg zo dicht mogelijk bij hun voedsel zitten. Doordat er zich over het algemeen ook maar een paar dassen in zo'n territorium bevinden zullen de andere burchten dan niet bewoond zijn. Vaak zie je wel sporen van dassen op deze burchten omdat ze deze toch regelmatig controleren.

Veranderingen

Als een gebied kleinschaliger wordt gemaakt kan dit resulteren in het verschijnen van nieuwe burchten tussen de bestaande burchten in.
Echter: andersom geldt dit ook! Als een kleinschalig landschap grootschalig wordt gemaakt zullen de dassen hier niet meer het gehele jaar door voedsel kunnen vinden en gaan ze hun territorium uitbreiden. Dit gaat gepaard met felle territoriale gevechten waarbij zeker dodelijke slachtoffers kunnen vallen. Een hoofdburcht kan, bij de verschuiving van de grenzen, binnen het territorium van de ander dassen komen te vallen, waardoor deze niet meer bewoond wordt (of enkel als vluchtpijp) waardoor deze in verval raakt. De vermindering van het voedselaanbod kan daarnaast ook nog eens zoveel stress veroorzaken bij de vrouwtjes dat ze geen jongen grootbrengen. Dit is een serieuze grote verandering waarbij meerdere territoria betrokken zijn, maar die nodig is om de balans weer te vinden.

Het grootschalig maken van een gebied kan bv. door het rooien van bossen, heggen en hoogstamfruit-boomgaarden, en het te veranderen in een groot akkerland waar alleen maïs op staat.
Het beheer van natuurgebieden heeft echter een net zo groot effect. Door het inplanten van akkers en weilanden, het veranderen van de grondwaterstand en extensieve begrazing (minder mest, minder kevers, minder wormen, minder kort gras waarvan de wormen gemakkelijk op te rapen zijn) worden de grootte van de territoria en de hoeveelheid aanwezige dassen bepaald.
"De das blijkt een heuse graadmeter te zijn voor de variatie en hoeveelheid van het voedselaanbod in een gebied."

Dassen in tuinen

Dassen waarvan het territorium wordt verkleind door bv. huizenbouw kunnen vaak geen kant op.
Het betreft dan vaak maar één territorium. De dassen van de naastgelegen territoria verdedigen hun grond fel zodat de dassen noodgedwongen moeten blijven zitten. Door stress krijgen ze geen jongen meer en de volwassen dieren zullen vroegtijdig sterven door het oprukkende verkeer.
In Groot-Brittannië is dit uiteraard ook op vele plaatsen het geval. Hier doen zich echter bizarre situaties voor. Dassen van ingesloten dassenburchten gaan hier, in dorpen en steden, foerageren op plaatsen waar weinig tot geen mensen komen. Denk hierbij aan verlaten industriegebieden, grote stadsparken, oude begraafplaatsen, braakliggende terreinen, privé-terreinen rond ziekenhuizen en instellingen, spoordijken en in tuinen. Als voldoende rust en afwezigheid van mensen gewaarborgd is kunnen de dassen zelfs jongen krijgen!
In de buitenwijken van steden, en in dorpen, zijn de tuinen vaak bijzonder groot. Dassen kunnen hier ongemerkt en ongestoord door het dichte struikgewas van de ene tuin naar de ander gaan. Ze graven er zelfs holen. Deze worden echter vaak pas na jaren gevonden doordat men gaat bekijken waarom bijvoorbeeld een tuinhuisje of muurtje aan het verzakken is.
Deze das loopt voor het raam van de woonkamer terwijl binnen de lampen aan zijn.
Wilde das voor een raam
Vele mensen vinden het schitterend dat zulke mooie dieren in hun tuin rondlopen en nemen de schade aan hun (moes-)tuin voor lief. Er zijn mensen die de dassen gaan voeren. De jongere generaties zijn opgegroeid met de geuren van mensen en durven steeds dichterbij te komen, zelfs tot onder de vensterbanken van het huis. Het blijven echter wilde dieren en regelmatig worden er mensen flink gebeten, die meenden de das te moeten aaien.

In Nederland is dit nagenoeg ondenkbaar. De dorpen en steden zijn helemaal volgebouwd en de dassenpopulatie in Nederland is, met 6000 dieren tegen 400.000 in Groot-Brittannië veel kleiner. Dassen kunnen hier bij verstoring, door mensen die proberen te voeren of verkeerd observeren, de burchten verlaten. Dit gebeurt dan ook regelmatig.